Nieuws

RvS vandaag. Mogelijkheden om een zinvol beroep in te dienen tegen een uitwerkingsplan is vrij beperkt

Voor zover een uitwerkingsplan (artikel 3.6 Wro) past binnen de uitwerkingsregels van een onherroepelijk ‘moederplan’ (het bestemmingsplan waarin deze de uitwerkingsplicht is geregeld), dan moet je deze uitwerkingsregels als een gegeven beschouwen.

Zeker wanneer de uitwerkingsregels vrij gedetailleerd iets zeggen over de bouwmassa- en hoogte, dan zijn deze aspecten al beklonken in het moederplan. Deze (stedenbouwkundige) aspecten kun je in de uitwerkingsprocedure dan ook niet meer ter discussie stellen. Beroepsgronden die aangeven dat de beoogde bouwmassa en –hoogte niet in de omgeving passen, komen dan als mosterd na de maaltijd.

Voor zover de uitwerkingsregels echter nog een bepaalde ruimte laten om de inrichting van het plangebied nader in te vullen, dan moeten B&W bij deze manoeuvreerruimte natuurlijk wel een ‘goede ruimtelijke ordening’ (artikel 3.1 Wro) in acht nemen. In dat geval is het (binnen hetzelfde kader) wél nog zinvol om beroepsgronden in te dienen.

Bron: Vz. ABRvS 24 november 2011, 201108404/1/R1 en 201108404/2/R1

Frank HabrakenRvS vandaag. Mogelijkheden om een zinvol beroep in te dienen tegen een uitwerkingsplan is vrij beperkt