Nieuws

RvS vandaag. Antwoord op de vraag wanneer woonschepen bouwwerken zijn, is stevig in de jurisprudentie verankerd

Geen onbelangrijke vraag voor vergunningverleners, maar vooral ook voor handhavers. Wanneer een woonschip immers een bouwwerk is, zal dit schip aan allerlei eisen moeten voldoen (eisen vanuit de Woningwet, bouwverordening, Wabo, etc.). Is een woonschip geen bouwwerk, dan ontspringt dit woonschip deze ‘regeltjesdans’.

Of een woonschip een bouwwerk is, is helemaal afhankelijk hoe een woonschip is verankerd.

Woonschepen zijn veelal metalen constructies, die in het verleden zijn gebouwd om ook als schip te fungeren en die – als het goed is – nog steeds kunnen varen. Maar dat is niet allesbepalend of een woonschip een bouwwerk is.

Vaak doorslaggevend is of er sprake is van een plaatsgebonden constructie en of het woonschip (daarom) bedoeld is om ter plaatse te functioneren.

Wanneer deze woonschepen (bijvoorbeeld) slechts met trossen van staalkabel en een loopplank met de kade zijn verbonden, dan kun je deze woonboot niet als bouwwerk betitelen.

Overigens zijn de aansluitingen op de nutsvoorzieningen en het riool vaak (althans in deze zaak) eenvoudig af te koppelen, zodat dit geen belangrijke rol van betekenis speelt bij de vraag of er sprake is van een bouwwerk (ABRvS 16 november 2011, 201105264/1/H1).

Maar wanneer deze schepen met afmeerbeugels aan (in de waterbodem gebouwde) sputpalen zijn verankerd, is er wel sprake van een bouwwerk in de zin van de model bouwverordening (ABRvS 6 oktober 2011, 201105942/1/H1 en 201105942/2/H1).

Conclusie: wanneer je dus handhavend wil optreden tegen een woonschip, omdat je vindt dat het schip (bouw)regeltjes heeft overtreden, kijk dan eerst hoe dit schip is verankerd.

Bron: onder meer ABRvS 16 november 2011, 201105264/1/H1

Frank HabrakenRvS vandaag. Antwoord op de vraag wanneer woonschepen bouwwerken zijn, is stevig in de jurisprudentie verankerd