Nieuws

Hoe kom je tot een crimineel goede omgevingsvergunning op basis van een Bibob-onderzoek?

Hoofdregels
Je kunt een omgevingsvergunning voor bouwen en/of milieu weigeren, wanneer er ernstig gevaar bestaat dat de vergunning ook zal worden ‘misbruikt’ om strafbare feiten te plegen (artikel 2.20 Wabo en artikel 3, eerste lid, onder b Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Ook wel Wet Bibob).

Je kunt hiervoor een advies vragen aan het Bureau Bibob. Dit bureau adviseert onder meer over de mate van gevaar van misbruik van vergunningen.

Als het advies van het Bureau Bibob luidt dat er ‘ernstig gevaar’ bestaat dat de vergunning ook zal worden misbruikt om strafbare feiten te plegen, dan heb je (als bestuursorgaan) nog altijd de plicht om te checken of het Bibob-onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd (artikel 3:9 Awb). Zijn er bijvoorbeeld genoeg (directe) aanwijzingen voor de feiten die in het onderzoek gesteld zijn? Zijn de aanwijzingen niet onderling tegenstrijdig? Stroken ze wel met andere informatie die bij jou bekend is?

Jouw verificatie is trouwens nog niet zo simpel. Je hebt (als bestuursorgaan) in beginsel geen inzage in de onderliggende broninformatie van het advies van het Bureau Bibob. Dit betekent echter wel dat je (in de regel) op de weergave van de broninformatie door het Bureau Bibob (en de daaraan gegeven kwalificatie) af mag gaan. Je kunt dan ook met het advies van het Bureau Bibob in de hand de vergunning – al dan niet gedeeltelijk – weigeren.

Als je echter op basis van een eigen onderzoek tot de conclusie komt, dat er geen sprake is van ernstig gevaar, maar van ‘mindere mate van gevaar’, dan kun je alleen nog voorschriften aan de vergunning verbinden, die dit gevaar wegnemen of beperken (artikel 3, zevende lid Wet Bibob). De vergunning weigeren is dan geen optie meer.

Kiezen voor één soort gevaar
Het is dus het een of het ander. Je kunt immers niet – zoals in deze zaak is gebeurd – enerzijds een deel van de vergunning weigeren, omdat het (Bibob)advies luidt dat er sprake is van ernstig gevaar van misbruik van deze vergunning. En anderzijds aan het vergunde deel voorschriften koppelen die het ‘mindere mate van gevaar’ de kop indrukt.

Je ‘kiest’ dan voor ‘beide soorten van gevaar’. Het is dan niet duidelijk of je van mening bent dat de feiten de conclusie van het Bibob-advies (in dit geval dat er sprake is van ernstig gevaar) kunnen dragen. Je vindt immers – na eigen onderzoek – dat het gevaar wel meevalt.

Kies je niet tussen deze ‘twee soorten gevaar’, dan handel je in strijd met artikel 3:9 Awb. Dit artikel bepaalt immers dat wanneer je besluit berust op een onderzoek van een adviseur (zoals het Bureau Bibob), je dan ook moet controleren of dit onderzoek zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Door niet te kiezen, is dat niet duidelijk.

Gedeeltelijk weigeren mag
Wanneer het Bureau Bibob overigens van mening is dat er sprake is van een ernstig gevaar van misbruik, dan kun je de vergunning ook gedeeltelijk weigeren. De Wet Bibob schrijft immers ook voor dat de weigering evenredig moet zijn met de mate van het gevaar of de ernst van de strafbare feiten (deze evenredigheidstoets kun je terugvinden in artikel 3, vijfde lid Wet Bibob). Je kunt er dan ook voor kiezen om de vergunning niet voor onbepaalde tijd te verlenen, maar er een termijn aan te verbinden (ABRvS 18 februari 2009, JB 2009/109).

Afwijken van het advies mag ook
Tot slot. Normaal gesproken mag je, gelet op de expertise van het Bureau Bibob, in beginsel van het advies van dit Bureau Bibob uitgaan (ABRvS 18 juli 2007, 200606025/1).
Maar als je het niet eens bent met dit advies, dan mag je ook van dit advies afwijken. Zolang je dus maar kiest tussen de gradaties van gevaar. Ook moet je je besluit dan voldoende motiveren. Wanneer je bijvoorbeeld een eigen coördinatiebureau hebt (als contactpersoon tussen het Landelijke bureau Bibob en je stadsdelen en gemeentelijke diensten), dan kun je op basis van een kwaliteitstoets van dit coördinatiebureau afwijken van het advies van het Bureau Bibob (ABRvS 12 januari 2011, JB 2011/45).

P.S. Door het Bureau Bibob zijn vorig jaar 251 aanvragen voor een advies in behandeling genomen. Ondanks de toegenomen complexiteit, hebben de meeste besluiten die gebaseerd waren op de adviezen van het Bureau Bibob het overleefd. Als je dan in je besluit rekening houdt met de wettelijke systematiek van de Wet Bibob (in de onderhavige zaak is dit dus niet gebeurd), dan kan er eigenlijk weinig fout gaan.

Bron: onder meer ABRvS 17 juni 2011, JM 2011/102, noot (oktober 2011)

Frank HabrakenHoe kom je tot een crimineel goede omgevingsvergunning op basis van een Bibob-onderzoek?