Nieuws

RvS vandaag. Wanneer mag je nu afwijken van je beleid voor planologische kruimelgevallen?

Wanneer B&W voor de planologische kruimelgevallen (van de Wro of nu de Wabo) beleidsregels hebben vastgesteld, dan zijn deze beleidsregels het resultaat van een belangenafweging (in de zin van artikel 3:4, eerste lid Awb). Je mag er dan op vertrouwen dat B&W handelen volgens deze beleidsregels (artikel 4:84 Awb).

Als B&W dan van deze beleidsregels willen afwijken (artikel 4:84 Awb), dan kan dit alleen voor bijzondere gevallen die niet in deze beleidsregels zijn verwerkt.

In deze zaak voldeed het bouwplan voor een tandprothetische praktijk niet aan de (bouw)voorwaarden die voor deze categorie functies in de beleidsregels gesteld waren.

B&W vonden echter dat een afwijking van deze beleidsregels door de beugel kon, omdat het bouwplan geen onaanvaardbare aantasting van de woonomgeving was, geen schokkende verkeersaantrekkende werking had, etc.

B&W onderbouwde hun besluit dus met ruimtelijke afwegingen, waaruit zou moeten blijken dat het bouwplan ruimtelijk prima was. Alleen dit gegeven was geen ‘bijzonder geval’ (in de zin van artikel 4:84 Awb) dat niet in de beleidsregels was verwerkt.

Je mag immers er vanuit gaan dat B&W bij de vaststelling van de voorwaarden van de beleidsregels de ruimtelijke gevolgen in hun belangenafweging (met als resultaat die beleidsregels) hebben betrokken.

De verleende (kruimelgeval) ontheffing werd daarom vernietigd, omdat dit besluit in strijd was met artikel 4:84 Awb.

Bron: ABRvS 9 november 2011, 201101693/1/H1

Frank HabrakenRvS vandaag. Wanneer mag je nu afwijken van je beleid voor planologische kruimelgevallen?