Nieuws

Evaluatie van milieugevolgen van een (MER)besluit is een ondergeschoven kindje voor de RvS. Maar de wetgever denkt hier anders over.

Bij een (MER)besluit wordt vaak met aannames en modellen gerekend om aan te tonen dat projecten onder wettelijke grenswaarden blijven. Een controle achteraf is dan ook geen overbodige luxe.

Wanneer het besluit immers feitelijk is uitgevoerd, weet je ook wat daadwerkelijk de milieugevolgen zijn. De m.e.r.-regelgeving speelt hier ook op in (artikel 7.39, eerste lid Wet milieubeheer), waarin met zoveel woorden is bepaald dat je de feitelijke gevolgen van het project moet onderzoeken.

Wanneer de gevolgen anders uitpakken dan verwacht, dan kun je dit bijsturen door maatregelen te treffen of het besluit zelfs in te trekken. Ook heeft een evaluatie in het algemeen en een evaluatie van een ‘MER-project’ in het bijzonder natuurlijk ook een leereffect. Voor een toekomstige MER kun je daarmee misschien ook de zogenaamde ‘leemten in kennis’ voorkomen.

Alleen voor de Afdeling is het blijkbaar niet zo interessant hoe een (mer)besluit wordt geëvalueerd. Het maakt geen onderdeel van het besluit. Beroepsgronden hierover zijn dan ook zinloos (ook ABRvS 15 juni 2011, 201003583/1/M2).

Maar toch, je moet (als bevoegd gezag) ook in het uiteindelijke besluit aangeven binnen welke termijn (en bij gefaseerde evaluatie: termijnen) de evaluatie plaatsvindt en hoe je die evaluatie gaat verrichten (artikel 7.37, derde lid Wm en voor plannen artikel 7.14, derde lid Wet milieubeheer).

Daarmee is de manier waarop je het evaluatieonderzoek verricht toch wel een ‘verplicht nummertje’ van het (MER)besluit?

Bron: ABRvS 20 juli 2011, JM 2011, 108, noot (oktober 2011)

Frank HabrakenEvaluatie van milieugevolgen van een (MER)besluit is een ondergeschoven kindje voor de RvS. Maar de wetgever denkt hier anders over.