Nieuws

Bouwaanvraag voor groothandel of detailhandel? Laat de bewijslast daar waar hij hoort

Bekend is dat je bij de toetsing van een bouwplan aan een bestemmingsplan niet alleen moet kijken of het gebruik overeenkomt met de bestemming, maar ook of het bouwwerk daadwerkelijk voor dit gebruik wordt gebouwd (ABRvS 16 juli 2008, 200708330/1). Maar wanneer rust bij wie de bewijslast?
Bewijslastverdeling

Wanneer je (na de toetsing) met je gezonde verstand mag aannemen dat het bouwwerk niet conform de bestemming wordt gebruikt, dan rust de bewijslast (en daarmee het bewijsrisico) voor het tegendeel bij de aanvrager.

De praktijk
Een lastig geval is altijd de discussie of er nu sprake is van groothandel of detailhandel. Zo ook in deze zaak. Hier werd een bouwvraag ingediend voor een bedrijfshal met productieruimten (groothandel) en ondergeschikte ruimte voor verkoop.

Bij de bouwaanvraag zat echter een bouwtekening, waarop op de begane grond verkoopruimte was ingetekend. De omvang van deze verkoopruimte vormde een groot onderdeel van het bouwplan. B&W mochten daarom aannemen dat er toch sprake was van detailhandel. En dat was in deze zaak in strijd met het bestemmingsplan. De bal lag daarmee bij de aanvrager.

Tijdens de zitting van de bezwaarprocedure verklaarde de aanvrager dat hij nog bezig was om de bedrijfshal te verhuren en dat hij verwachtte dat er alleen ondergeschikte detailhandel zou plaatsvinden.

Maar toen het besluit op bezwaar werd genomen (ook daar is immers een deadline voor), had de aanvrager nog steeds niet bewezen dat er geen (ondergeschikte) detailhandel zal plaatsvinden. Dan houdt het een keer op. De bouwvergunning en projectbesluit was daarom terecht geweigerd.

Bron: ABRvS 19 oktober 2011, 201103596/1/H4

Frank HabrakenBouwaanvraag voor groothandel of detailhandel? Laat de bewijslast daar waar hij hoort