Nieuws

‘Eetgelegenheden’ van (bijna) uitstervende diertjes, worden door Nederland niet, maar door Europa wél beschermd.

Het aantasten van eetgelegenheden of – beter gezegd – foerageergebieden van (bijvoorbeeld) vleermuizen valt niet onder de bescherming van de flora- en faunawet (artikel 11 Flora- en faunawet).

Dit is alleen anders wanneer deze gebieden samenvallen met vaste rust- en verblijfplaatsen (ABRvS 18 mei 2011, JM 2011/97).

Het verbod van artikel 11 Flora- en faunawet is de vertaling van artikel 12 (lid 1, sub d) van de Habitatrichtlijn. De Nederlandse bestuursrechter geeft hier echter een beperktere uitleg aan dan
het Europese Hof van Justitie (Hof van Justitie 9 juni 2011, JM 2011/98).
Zeker wanneer diersoorten in een ‘ongunstige staat van instandhouding’ verkeren, is deze beperkte uitleg niet houdbaar. Je mag niet te gemakkelijk omgaan met het verlies aan foerageergebieden.

Vraag je daarom af welk oppervlak aan foerageergebieden minimaal noodzakelijk is voor het bereiken van de ‘gunstige staat van instandhouding’.

Als je dit negeert, dan zal Nederland vroeg of laat een tik op de vingers krijgen van de Europese rechter. Vraag ’t maar aan de Fransen. Die kunnen er over meepraten.

Bron: zie bovenstaande rechtsbronnen.

Frank Habraken‘Eetgelegenheden’ van (bijna) uitstervende diertjes, worden door Nederland niet, maar door Europa wél beschermd.