Nieuws

Raad van State geeft een vervaarlijk waarschuwingsschot voor de boeg van luchtvervuilende projecten

Voor een gemeenteraad is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) een handige ‘vrijbrief’ om (bij bestemmingsplannen) zijn zegen te geven over grote projecten, ondanks het feit dat deze projecten de lucht flink vervuilen.

Maar de Afdeling heeft nu een vervaarlijk waarschuwingsschot voor de boeg gegeven. Het NSL staat ter discussie en het is de vraag of het NSL in de toekomst nog wel een veilige haven biedt voor luchtvervuilende projecten.

Waarom het NSL?
Nederland heeft de Europese normen voor fijnstof en stikstofdioxide niet in de door Europa geëiste jaren gehaald: 1 januari 2005 respectievelijk 1 januari 2010. Europa biedt de mogelijkheid om extra tijd te vragen om aan de normen te voldoen. De lidstaten moeten wel aantonen dat binnen zes jaar voor fijn stof (uiterlijk in 2011) en vijf jaar voor stikstofdioxide (uiterlijk in 2015) de normen alsnog kunnen worden gehaald.

Met het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) laat de Nederlandse overheid zien hoe zij die normen in 2011/2015 gaat halen.

Het bevoegd gezag kan het NSL gebruiken voor de onderbouwing van projecten die ‘in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtkwaliteit, op voorwaarde dat het project is beschreven in het NSL of ‘rijmt’ met het NSL.

Deze projecten worden niet meer beoordeeld op de afzonderlijke effecten op de luchtkwaliteit, maar getoetst aan het NSL. Met deze projecten moeten in het specifieke gebied nog steeds de grenswaarden kunnen worden gerealiseerd. Alleen dan kan het project doorgaan. De negatieve gevolgen van het project voor de luchtkwaliteit worden in het gebiedsprogramma gecompenseerd door inzet van maatregelen.

Welke projecten?
In het NSL zijn projecten opgenomen die de concentratie stikstofdioxide of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen. Deze projecten dragen ‘in betekenende mate’ bij aan de luchtvervuiling.

Deze grens is ‘vertaald’ in bijvoorbeeld de volgende grote projecten:
• woningbouw: 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen;
• kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij één ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij twee ontsluitingswegen.
• Landbouwinrichtingen (zoals een kassencomplex).
• Spoorwegemplacementen.
• Defensie-inrichtingen.

Wat is nu het probleem?
Het NSL beschrijft maatregelen die het Rijk, provincies en gemeenten moeten nemen om de luchtvervuiling van grote (NSL-)projecten te compenseren. Nederland moet immers op tijd voldoen aan de Europese normen.

Om de daad bij het woord te voegen moeten alle overheden ieder jaar laten zien of ze iets hebben gedaan aan die maatregelen. En zo ja, of deze maatregelen ook zoden aan de dijk zetten. Indien nodig, kan de minister dan bijsturen (lees: extra of andere maatregeltjes treffen). Dit hoeft alleen wanneer het niet meer geloofwaardig is het NSL als onderbouwing van ruimtelijke besluiten te gebruiken.

Bij de eerste jaarlijkse meting (2010) gaat het echter al mis: er bestaat een risico dat we de doelstelling van het NSL niet halen. En de eerste kritische kanttekeningen hierover zijn al door appellanten op tafel van de bestuursrechter gelegd. Tot op heden (nog) zonder succes.

Maar dit lijkt meer een kwestie van tijd. De Afdeling heeft nu een vervaarlijk waarschuwingsschot afgevuurd (ABRvS 23 februari 2011, BR 2011/57). Maak serieus werk van de jaarlijkse metingen en pas het NSL – waar nodig – dan ook aan. Wanneer dit niet gebeurt, dan is het NSL niet meer maatgevend.

Zeker wanneer de resultaten volgend jaar weer teleurstellend zijn of de minister het NSL niet op tijd bijstelt, dan zou dit nog wel eens fataal kunnen zijn voor grote projecten.

De geloofwaardigheid van de uitgangspunten van het NSL is al in het geding. Zo moet de uitstoot van het wegverkeer al naar boven worden bijgesteld, is het aandeel zeezout in zwevende deeltjes te hoog ingeschat en – zoals bekend – gaat de kilometerheffing niet door.

Ook heeft de staatssecretaris bekent (per brief aan de Eerste Kamer van 24 november 2010) dat er meer maatregelen moeten worden getroffen. Alleen lijkt hij niet te weten welke maatregelen dit moeten zijn (hoe krijg je het wegverkeer uit een stad?) en als hij het al weet, dan is het de vraag of we alsnog op tijd voldoen aan de Europese grenswaarden.

Tip
Mocht je dus bezig zijn met een bestemmingsplan voor een groot project, bereid je dan voor op hagelschieten richting het NSL (via exceptieve toetsing). Zeker wanneer de resultaten bij de volgende meting weer tegenvallen en de staatssecretaris het opnieuw niet meer weet.

Het is dan slim om niet zonder meer te verwijzen naar het ‘ongeloofwaardige’ NSL. Zitten er al extra (lokale) maatregelen in de pen die – vooral – de stedelijke knelpunten oplossen? Benoem deze dan.

Een bestemmingsplanwetgever is immers verantwoordelijk of tijdig aan de luchtkwaliteitseisen wordt voldaan. Het is dan de vraag of het NSL nog wel het juiste instrument is.

Bron: onder meer ABRvS 12 januari 2011, BR 2011/56
en ABRvS 23 februari 2011, BR 2011/57 (april 2011)

Frank HabrakenRaad van State geeft een vervaarlijk waarschuwingsschot voor de boeg van luchtvervuilende projecten